|
door
Christa Carbo, freelance journalist.
Uit
en Thuis magazine over wonen, reizen en gezond ouder worden . dec 1999
Het
is niet overdreven aan te nemen dat de meeste Nederlanders eenderde van
hun leven zittend doorbrengen. Dat doen ze op een stoel achter hun bureau,
aan tafel, achter het stuur, of luierend op de bank voor de tv. Naarmate
we ouder worden, gaan we waarschijnlijk meer zitten. Zitten maakt dus een
wezenlijk deel van ons leven uit en toch wijden we er zelden een tweede
gedachte aan. Dat zouden we nou juist wel moeten doen, vindt ‘zittoloog’
Harrie Staarink.Goed zitten is een kunst die te leren valt.
Harrie
Staarink en onze zitgewoonten
‘Goed
zitten is ook actief zijn’
Door
Christa Carbo
Anders
dan slapen, een activiteit die we delen met alle andere levende wezens, is
zitten op een stoel een menselijke uitvinding. De oude Egyptenaren deden
het al, op stoelen met poten in de vorm van dierenpoten. Inmiddels, zo’n
vijfduizend jaar later, heeft de menselijke beschaving de relaxfauteuil,
de bureaustoel op draaivoet en de zachte, verleidelijke ‘hangbank’
voortgebracht. Gemak dient de mens, zou je zeggen, maar zo simpel is het
niet.
‘De
meeste mensen zitten slecht’, vindt Harrie Staarink, industrieel
ontwerper en al vijfentwintig jaar bezig met het onderwerp, ‘Dat komt
omdat ze zich er nauwelijks van bewust zijn wat goed zitten is én omdat
ze bij het uitkiezen van stoelen en banken meer letten op het kleurtje en
het design, dan op de zithouding. Een goede rugleuning geeft vooral steun
aan de onderrug, die van nature een beetje hol is. Veel stoelen en banken
zijn te zacht en te diep, waardoor je in de verkeerde houding zakt en de
onderrug wat rond gaat staan. Het gevolg is dat je extra moeite moet doen
om je hoofd op te richten. Als je jarenlang zo zit, heeft dat vroeg of
laat gevolgen voor je lijf. Voor je rug met name, want die moet het
ontgelden als je zo zit.’
Een
goede stoel helpt de rug ontspannen door steun te geven aan de onderkant.
De meeste mensen merken het wel wanneer die ontbreekt. Vaak proberen ze de
lendenen te stutten door een los kussentje in de rug of half opzij. Al in
de meubelzaak wordt vaak met kussentjes gewerkt. Die staan immers gezellig
en bovendien - dat weet de verkoper ook - dan zit de bank of de stoel van
onze keuze ineens een stuk prettiger. Staarink: ‘Een goede bank of stoel
heeft die kussentjes niet nodig. Het is de moeite waard om wat langer en
bewuster te gaan zitten wanneer je meubels uitkiest. Alleen dan kun je
voelen wat het effect is wanneer je zit. Neem de tijd. Een bank kan een
wolf in schaapskleren zijn. Na een dag winkelen lijkt iedere bank lekker
te zitten. Pas na een poosje merk je pas of dat echt zo is. Kun je
ontspannen zitten met de rug helemaal tegen de rugleuning aan, of is de
zitting daarvoor te breed? Glij je langzaam achterover of zak je juist in
elkaar? Steunt de rugleuning de lendenen en zijn de armleuningen niet te
hoog?’
Een
bank is helemaal een raar ding vindt de ‘zittoloog’, omdat je er
hoogstens aan één kant met je arm op kunt leunen. De armen maken
vijftien procent van het lichaamsgewicht uit en het maakt dus nogal wat
uit of je die ergens op kunt laten rusten. In het midden van een bank is
het eigenlijk niet lekker zitten en we doen dat dan ook meestal niet
spontaan. In de hoeken kunnen we op de arm- en rugleuning steunen bij het
zoeken naar de prettigste houding.
Ouderen
geven niet voor niets eerder de voorkeur aan een gemakkelijke stoel dan
aan een bank. Een stoel biedt steun aan beide zijkanten en dat is ook
prettig bij het gaan zitten en omhoog komen. Speciaal voor ouderen
ontworpen stoelen zijn vaak iets hoger omdat diep wegzakken en vooral weer
opstaan nogal wat vraagt van beenspieren en knieën.
Staarink:
‘Heel zachte stoelen zijn voor oude mensen ook onprettig. Daarin voelen
ze zich onzeker, zo’n stoel zit te wiebelig.’ Mensen, niet alleen
ouderen, zitten het liefst stabiel. Daarom slaan we volgens Staarink vaak
een been over het andere. Zo wordt het bekken gefixeerd en dat geeft extra
stevigheid.
Wie
rustig zit en ontspannen voor zich uitkijkt, zal altijd zoeken naar de
houding waarbij het hoofd in balans op de romp staat. Staarink: ‘Een
stok met een bal erop kun je op je hand in evenwicht houden. Zo werkt het
ook met de bovenste wervels en het hoofd. Als het hoofd in balans staat,
kost het de minste kracht het rechtop te houden en kunnen de rug- en
nekspieren zich ontspannen.’ Mensen kunnen vaak lang autorijden zonder
moe te worden omdat ze hun hoofd dan in de balanshouding houden. Dat lukt
des te beter doordat de rugleuning van een auto verstelbaar is en we de
stoel in de voor ons ideale stand kunnen zetten. ‘Televisie kijken is
functioneel hetzelfde als autorijden’, zegt Staarink, ‘Ook dan kijken
we rustig naar een punt voor ons uit. Het zou dus ideaal zijn als we voor
de tv hetzelfde zouden kunnen gaan zitten als achter het stuur, maar
helaas bieden de meeste banken bij lange na niet de zitkwaliteiten van een
autostoel.’
Voor
even is het niet erg, maar wie jarenlang verkeerd zit, kan op den duur
rugklachten krijgen. Dat veel oude mensen een kromme rug hebben, is
volgens Staarink het gevolg van langdurig verkeerd zitten en lopen. ‘Die
kromme ruggen zijn ook cultureel bepaald. Kijk eens naar oudere Afrikanen:
die lopen meestal kaarsrecht. Ze zijn van jongst af aan gewend lasten op
hun hoofd te dragen en ze zitten meestal ook niet zo veel in stoelen,
zoals wij. Wij Nederlanders zijn ‘dubbeltjeszoekers’, we hebben de
neiging het hoofd te laten hangen en steeds naar beneden te kijken.’
Tegen zijn 86-jarige moeder zegt Staarink vaak: ‘Loop eens rechtop, je
loopt als een oude vrouw.’ Dat is geen hardvochtigheid, eerder een
geheugensteuntje. ‘Ze kán namelijk wel rechtop lopen, het kost haar
alleen moeite. En juist die moeite is heel goed.’
Gewone,
alledaagse bewegingen tikken flink aan bij het behoud van een goede
conditie. Daarom is Staarink geen voorstander van de luxe bureaustoel die
met iedere beweging meegaat. ‘Tegen een stoel moet je je kunnen afzetten,
terwijl die bureaustoelen als het ware aan je achterwerk geplakt zitten.
Draaistoelen op wieltjes zijn nu min of meer standaard in kantoren,
terwijl er volgens mij nooit goed is nagedacht over hun zitkwaliteiten. Je
moet ‘t het lichaam niet zo gemakkelijk mogelijk maken, maar het juist
zo goed mogelijk belasten. Zonder belasting gaat het degeneren. Door op te
staan om iets te zeggen tegen de collega die achter je zit, in plaats van
je met stoel en al om te draaien, train je.’ Veranderen van houding, je
even uitrekken, koffie gaan halen of zomaar een rondje lopen, het zijn
allemaal elementen van wat Staarink ‘goed zitgedrag’ noemt.
Wat
ongezond is, is urenlang bewegingloos zitten, gebiologeerd door de
televisie, of door wat zich op het computerbeeldscherm afspeelt. ‘Ons
lichaam is niet gemaakt voor statische belasting. We moeten in beweging
blijven, alleen als we bewegen krijgen onze spieren voldoende voeding.
Probeer bijvoorbeeld eens een wasknijper tien minuten lang opengeknepen
vast te houden. Je denkt dat je dat gemakkelijk volhoudt, maar na een paar
minuten houdt het echt op, omdat je spieren dan gaan protesteren. Die
willen zuurstof, die willen bewegen.’
Voor
mensen die in een rolstoel zitten lijkt het minder voor de hand te liggen,
maar ook zij moeten proberen statische belasting te voorkomen. Zoveel
mogelijk bewegen en af en toe gaan verzitten is ook voor rolstoelers het
beste, al werkt bij hen soms het mechanisme niet meer dat waarschuwt
wanneer we van houding moeten veranderen. Toch zouden zij er een gewoonte
van moeten maken geregeld anders te gaan zitten, bijvoorbeeld door hun
stoel in een andere stand te zetten. Staarink bestudeert al vele jaren de
zitkwaliteiten van rolstoelen: ‘De zithouding is heel belangrijk. Ze is
bijvoorbeeld van invloed op de spasticiteit waar veel rolstoelgebruikers
last van hebben. Door in de juiste houding te zitten, worden de spasmen
geremd. Een fysiotherapeut kan helpen de goede houding te vinden. Ook
hierbij is een ontspannen stand van het hoofd noodzakelijk.’ Maar niet
alleen de zitgewoonten van de rolstoeler zelf zijn van belang, natuurlijk
moet ook de stoel helpen om tot een zo gunstig mogelijke belasting van het
lichaam te komen. ‘De rolstoel is een maatpak’, zegt Staarink, ‘Hij
moet als gegoten zitten. Helaas voldoen nog lang niet alle rolstoelen
daaraan.’
<terug>
|