|
door
Henk-Jan Hoekjen
Inside
Information, vakblad voor kantoor en projectinrichting, april 2000
De kantoorinrichtingsbranche gaat over het
algemeen prat op zijn kennis van de ergonomische eigenschappen van
zitmeubilair. Industrieel ontwerper en zitexpert Harrie Staarink plaatst
de nodige kanttekeningen bij deze visie: "Een groot deel van de
kantoorinrichters gaat niet op de juiste manier om met
ergonomievraagstukken."
Enige tijd geleden publiceerde Staarink
zijn boek ‘De kunst van het zitten’. In dit werk, dat veel aandacht
kreeg in de landelijke media, doet Staarink uit de doeken wat de
voorwaarden zijn voor een gezonde zithouding. Middels een uitgebreide
bespreking van de eigenschappen van het menselijk lichaam en diverse
mogelijke zithoudingen, komt Staarink in zijn boek tot enkele
aanbevelingen, die wat hem betreft door de inrichtingsbranche wel eens wat
serieuzer genomen zouden mogen worden: "Ondanks alle aandacht in de
media, waaronder een interview in Trouw en een optreden in de show van
Paul de Leeuw, heb ik geen enkele reactie gehad uit de
kantoorinrichtingsbranche. Dat is toch op z’n minst vreemd te noemen."
Verstelmogelijkheden
Volgens Staarink zou de inrichtingsbranche
veel baat kunnen hebben bij zijn bevindingen. In zijn ogen mankeert er
namelijk nogal wat aan het gros van de zitproducten die door deze branche
worden aangeboden: "Veel kantoorinrichters zijn te ver doorgeschoten.
Daardoor hebben de producten van de meeste fabrikanten zoveel
verstelmogelijkheden, dat de gebruiker door de bomen het bos niet meer
ziet. Verder ontbreekt vaak de gebruikersinstructie. Dat kan toch geen
ergonomisch verantwoorde werkwijze genoemd worden? Uit producten van de
inrichtingsbranche blijkt verder maar al te vaak dat niet de ergonomische
eigenschappen, maar designoverwegingen bepalend zijn geweest voor het
ontwerp."
Eén van de oorzaken waarom zoveel stoelen
niet de kenmerken hebben die Staarink graag zou zien, is het feit dat er
zoveel tegenstrijdige visies zijn. Volgens Staarink regeert in veel
gevallen de onwetendheid, zelfs bij mensen die vanuit hun functie toch
beter zouden moeten weten: "Onlangs was op tv een item over RSI,
waarbij een fysiotherapeut verschillende zithoudingen besprak. Hij
veroordeelde de houding van een werkende vrouw, die op het puntje van haar
stoel, met een rechte rug, bezig was achter een pc. Volgens de
fysiotherapeut zat de vrouw verkeerd omdat ze geen gebruik maakte van haar
rugleuning. Dat is natuurlijk onzin; de vrouw zat in een actieve zit, het
bekken bevond zich in de natuurlijke positie en het hoofd was in balans.
Deze positie was dus volledig verantwoord. Van actief zitten, word je op
den duur moe, maar het is een misvatting dat dat erg is. Het zijn
rugklachten en RSI die bestreden moeten worden, niet vermoeidheid als
gevolg van een gezonde inspanning van het menselijk lichaam."
Regelmechanisme
Staarink baseert zijn visie op jarenlang
onderzoek naar zitgedrag. Hij deed zijn kennis vooral op in de medische
wereld. Staarinks visie op comfortabel en gezond zitten is gebaseerd op
het regelmechanisme dat zich in de hersenen van de gebruiker bevindt.
"Ieder mens beschikt over een fijngevoelig mechanisme, dat precies
bepaalt hoe het hoofd comfortabel op de romp staat. Doordat de moderne
kantoorstoelen zijn uitgerust met allerlei steuntjes en verstelbare
rugleuningen, is het menselijke regelmechanisme niet meer in staat de
juiste houdingsprikkels te geven. Wanneer iemand in een moderne
kantoorstoel een actieve zit aanneemt, wordt hij nog steeds aan alle
kanten ondersteund waardoor de spieren niet worden geprikkeld tot
inspanning. Hiermee is de actieve zit dus passief. Alle functies die
eigenlijk door de spieren vervuld moeten worden, worden overgenomen door
de kantoorstoel. Hierdoor werken de overmatige steunen, neigmechanismen en
rugleuningen ergonomisch vaak contraproductief."
Ook de in de NEN 1812-norm opgenomen eis
dat een kantoorstoel verplicht moet kunnen roteren, moet het bij Starink
ontgelden. "Dit dient geen enkel doel. Het is duidelijk dat een
kantoorstoel met een draaibare zitting nooit kan fungeren als een stabiele
basis. Net als de wielen die in de meeste gevallen worden toegepast bij
kantoorstoelen, werkt de rotatiemogelijkheid een onrustige zit in de hand.
Iedere beweging van de gebruiker wordt door de stoel overgenomen. De
gebruiker moet vervolgens allerlei corrigerende bewegingen maken om weer
een stabiele houding te vinden. Wanneer je gebruikers van kantoorstoelen
observeert, komen de contraproductiviteit van de wielen en de
rotatiemogelijkheden snel aan het licht: je ziet mensen steeds zoeken naar
een stabiele zithouding, waarbij het lichaam zich in onmogelijke bochten
moet wringen om de bewegingen van de stoel te compenseren. De toepassing
van de rotatiemogelijkheid bij kantoorstoelen werkt hierdoor vermoeiend en
belastend."
Vaste poten
Om zijn visie kracht bij te zetten, is
Staarink al enige jaren bezig met het ontwerpen van een kantoorstoel die
ergonomisch wèl verantwoord is: "Ik ontwikkel een kantoorstoel die
is uitgerust met vier vaste poten. De vorm wijkt nogal af van de producten
die door kantoorstoelenfabrikanten op de markt gebracht worden. In plaats
van allerlei steuntjes en neigmechanismen bied deze stoel de gebruiker de
kans zijn eigen houding te bepalen. De gebruiker kan daardoor zowel actief
als passief zitten, zonder dat zijn interne regelmechanisme in de war
wordt gestuurd door overmatige en contraproductieve ondersteuning."
De vorm van de stoel is gebaseerd op alle kennis die Staarink in de loop
der jaren heeft vergaard over het menselijk zitgedrag. "In het
ontwerp van de stoel is rekening gehouden met de hiërarchie in de
comfortbeleving van de gebruiker. Observatie van gebruikers van
kantoorstoelen leert dat de houding van het hoofd het allerbelangrijkste
is. Daarnaast moet een stoel zowel de mogelijkheid bieden om actief en
passief te zitten. Met actief zitten bedoel ik het zitten waarbij de
spieren van het lichaam van de gebruiker de romp in evenwicht houden."
Staarink vindt dat de term ‘ergonomie’
aan een drastische herdefiniëring toe is: "Vroeger betekende
ergonomie ‘het trachten de gebruiker zoveel mogelijk te ontlasten’. De
huidige stand van kennis op ergonomisch gebied noopt tot een herziening
van deze definitie. Het doel van ergonomische stoelen moet zijn ‘het
trachten de gebruiker op de juiste wijze te belasten’. Het gros
van de kantoorinrichters is nog niet voldoende doordrongen van deze
definitiewijziging."
Copyright: Inside Information
<terug>
|